Aanmaningen in België: de volgorde en wat je mag aanrekenen
Aanmaningen volgen een vaste volgorde: een herinnering, een ingebrekestelling, een gerechtsdeurwaarder of incassobureau en ten slotte de rechtbank. Wat je mag aanrekenen hangt af van je klant: een onderneming betaalt volgens de wet van 2 augustus 2002 interest en 40 euro zonder dat je iets hoeft te versturen, een particulier pas na een gratis eerste herinnering.
Wat is een aanmaning en hoe verschilt ze van een herinnering en een ingebrekestelling?
In het dagelijkse taalgebruik is een aanmaning elke schriftelijke vraag om te betalen: de herinnering is de eerste, vriendelijke, de ingebrekestelling is de wettelijke vorm en de aanmaning tot betalen van de gerechtsdeurwaarder is een aparte, formele stap. De ingebrekestelling is volgens artikel 5.231 van het Burgerlijk Wetboek de eenzijdige rechtshandeling waarmee de schuldeiser duidelijk en ondubbelzinnig kennisgeeft van zijn wil om de nakoming te eisen. Volgens artikel 5.240 loopt interest vanaf de ingebrekestelling, tenzij de wet of het contract hem van rechtswege laat lopen.
De aanmaning tot betalen van de gerechtsdeurwaarder is geen brief van jou. Ze hoort bij de invordering van een onbetwiste schuld, die in artikel 1394/20 tot 1394/24 van het Gerechtelijk Wetboek is geregeld.
Alle artikels over facturen staan onder Facturen en Peppol, en de stappen na een niet-betaalde factuur zijn er een eigen groep.
| Begrip | Wat het is | Wie stuurt het | Wat het doet |
|---|---|---|---|
| Herinnering | De eerste vraag om te betalen | De schuldeiser | Bij een onderneming is ze geen voorwaarde voor interest of vergoeding; bij een particulier is ze zelf de ingebrekestelling |
| Ingebrekestelling | De duidelijke en ondubbelzinnige eis tot nakoming | De schuldeiser | Interest loopt vanaf haar, tenzij de wet of het contract hem van rechtswege laat lopen |
| Aanmaning tot betalen | Een formele stap bij een onbetwiste schuld | De gerechtsdeurwaarder | De schuldenaar moet binnen de maand betalen |
Bij een particulier is de eerste herinnering volgens Boek XIX van het Wetboek van economisch recht zelf de ingebrekestelling, en ze is gratis. Ben je zelf de ontvanger van een aanmaning, dan vraag je de afzender op welke schuld en welke factuur ze slaat voor je betaalt.
In welke volgorde ga je te werk?
Herinnering, ingebrekestelling, gerechtsdeurwaarder of incassobureau, dan rechtbank: tussen ondernemingen hoef je niets te versturen voordat de interest en de 40 euro lopen, want die vallen van rechtswege, en naar een particulier ga je met een gratis eerste herinnering, die zelf de ingebrekestelling is, waarna je minstens 14 kalenderdagen wacht.
Een eenmanszaak is voor de wet van 2 augustus 2002 ook een onderneming, zodat een klant die zelfstandig handelt onder de eerste regel valt. Volgens artikel 5 van die wet loopt de interest als jij je verbintenissen bent nagekomen en de schuldenaar niet bewijst dat hij niet verantwoordelijk is voor de vertraging; de vergoeding van artikel 6 volgt zodra interest verschuldigd is.
De herinnering is in de praktijk de eerste stap: een vriendelijke vraag om te betalen, voordat je iets formeels doet. Wanneer je haar stuurt en wat erin staat, lees je in Betalingsherinnering. Een voorbeeldbrief staat er alleen als beschrijving van wat erin hoort; een sjabloon om te downloaden is er niet. Bij een particulier is dezelfde herinnering ook de wettelijke eerste stap.
De ingebrekestelling is tussen ondernemingen geen voorwaarde voor de interest of voor de 40 euro, omdat de wet die van rechtswege laat lopen.
De invordering komt daarna. Volgens het Gerechtelijk Wetboek kan een onbetwiste schuld tussen twee in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) ingeschreven partijen op verzoek van de advocaat van de schuldeiser door een gerechtsdeurwaarder worden ingevorderd, zonder rechter: hij betekent eerst een aanmaning tot betalen, waarop de schuldenaar binnen de maand moet betalen. Een incassobureau is de andere weg, en een betwiste schuld gaat naar de rechtbank. De gerechtsdeurwaarder, het incassobureau en de rechtbank staan uitgewerkt in Onbetaalde factuur innen.
De rechtbank is de laatste stap, en welke rechtbank dat is hangt af van je klant. Dat staat in het laatste deel.
Hoeveel herinneringen je stuurt, wat een herinnering aan een onderneming zegt en hoe lang je wacht, is niet bij een regel vastgelegd waarop dit artikel steunt. Dat is praktijk, en de pagina over de herinnering zegt dat ook.
Mag je interest en kosten aanrekenen?
Van een andere onderneming wel: interest en een forfaitaire vergoeding van 40 euro, allebei van rechtswege vanaf de dag na de vervaldag; van een particulier pas na een gratis eerste herinnering en 14 kalenderdagen, en dan alleen een begrensde interest en/of een begrensde forfaitaire vergoeding, als je voorwaarden ze voorzien. De interest is volgens artikel 5 van de wet van 2 augustus 2002 de referentie-interestvoet vermeerderd met acht procentpunten, afgerond tot het hogere halve procentpunt, en volgens artikel 6 komt daar een forfaitaire vergoeding van 40 euro bij, beide van rechtswege en zonder ingebrekestelling.
Staat er geen datum of termijn in je overeenkomst, dan moet een onderneming volgens artikel 4 betalen binnen dertig kalenderdagen vanaf de dag na ontvangst van de factuur. Partijen mogen een termijn van hoogstens zestig kalenderdagen afspreken, en een langere termijn wordt voor niet geschreven gehouden.
| Een andere onderneming | Een particulier | |
|---|---|---|
| Interest | Referentie-interestvoet plus 8 procentpunten, afgerond tot het hogere halve punt: 10,5% voor het tweede halfjaar van 2026 | Ten hoogste dezelfde interest, op het bedrag dat nog verschuldigd is, als je voorwaarden ze voorzien |
| Forfaitaire vergoeding | € 40, van rechtswege | Alleen als ze uitdrukkelijk is bepaald, volgens een schaal van € 20 tot ten hoogste € 2.000 naargelang de schuld; je mag interest en/of die vergoeding vragen, niets anders |
| Andere invorderingskosten | Een redelijke schadeloosstelling voor wat boven die € 40 uitkomt | Geen enkele andere betaling |
| Wat eerst moet gebeuren | Niets | Een gratis eerste herinnering en daarna minstens 14 kalenderdagen |
De referentie-interestvoet is volgens artikel 2 van de wet de rente die de Europese Centrale Bank toepast voor haar meest recente basisherfinancieringstransactie: voor het eerste halfjaar die op 1 januari, voor het tweede die op 1 juli. De ECB hanteert volgens haar tabel van de belangrijkste rentevoeten sinds 17 juni 2026 een rente van 2,40%, en 2,40% plus acht punten is 10,40%, afgerond 10,5%.
De rente is dus 10,5% voor het tweede halfjaar van 2026, uitgaande van de rente van de ECB op 1 juli 2026. Your Europe, de portaalsite van de Europese Commissie, vermeldt voor België dezelfde 10,50 voor die periode.
Het percentage wordt elke 1 januari en 1 juli opnieuw bepaald. Voor 2027 staat hier geen cijfer, omdat het afhangt van de rente van de ECB op 1 januari. De kosten van de herinnering zelf, de schaal van de particulier en hoe je het bedrag in een brief zet, lees je in Betalingsherinnering.
Een contract mag een andere termijn of interest bepalen, binnen artikel 7 van de wet. De rechter herziet een beding dat kennelijk onbillijk is voor de schuldeiser, en een beding dat de interest uitsluit wordt als kennelijk onbillijk beschouwd.
Dit is de interest tussen ondernemingen volgens de wet van 2 augustus 2002. De nalatigheidsinteresten die de fiscus aanrekent op laat betaalde belastingen zijn een andere interest.
Wie beslist als je klant nog steeds niet betaalt?
Tussen twee ondernemingen beslist de ondernemingsrechtbank, ongeacht het bedrag; tegen een particulier neemt de vrederechter vorderingen tot 5.000 euro voor zijn rekening. Volgens rechtbanken-tribunaux.be is de ondernemingsrechtbank bevoegd voor alle geschillen tussen ondernemingen, en een zelfstandige die in zijn beroep handelt is een onderneming. Een schuld van een zakelijke klant komt dus voor de ondernemingsrechtbank, niet voor de vrederechter.
De pagina over het vredegerecht zegt dat de vrederechter kennisneemt van vorderingen tot 5.000 euro, en dat de summiere procedure om betaling te bevelen loopt tot 1.860 euro. Voor de vrederechter geldt die procedure niet voor een vordering die voor de ondernemingsrechtbank of de politierechtbank hoort; volgens artikel 1338 van het Gerechtelijk Wetboek geldt ze bij de ondernemingsrechtbank wel, ongeacht het bedrag. Welke rechtbank een vordering van een particulier boven 5.000 euro behandelt, zegt dit artikel niet.
Een rechter is niet altijd nodig. Een onbetwiste schuld tussen twee in de KBO ingeschreven partijen kan een gerechtsdeurwaarder innen, zoals hierboven staat. De gerechtsdeurwaarder, de kosten en de procedure staan in Onbetaalde factuur innen.
Weet je welke klant je voor je hebt, dan weet je welke stap volgt: bij een onderneming loopt de interest al, bij een particulier begin je met de gratis herinnering.
Veelgestelde vragen
Wat is een aanmaning?
In het dagelijkse taalgebruik is een aanmaning elke schriftelijke vraag aan een klant om te betalen. De herinnering is de eerste, vriendelijke vorm. De ingebrekestelling is de wettelijke vorm, waarmee je duidelijk en ondubbelzinnig de nakoming eist. De aanmaning tot betalen van de gerechtsdeurwaarder is een aparte, formele stap bij een onbetwiste schuld.
Wat is het verschil tussen een betalingsherinnering en een ingebrekestelling?
Een herinnering is de gewone eerste vraag om te betalen. Een ingebrekestelling is volgens artikel 5.231 van het Burgerlijk Wetboek de rechtshandeling waarmee je duidelijk en ondubbelzinnig de nakoming eist. Bij een particulier is de eerste herinnering zelf de ingebrekestelling. Een onderneming moet je er geen sturen om interest en vergoeding te krijgen.
Moet ik een herinnering sturen voor ik interest mag aanrekenen?
Niet bij een onderneming: volgens de wet van 2 augustus 2002 lopen de interest en de forfaitaire vergoeding van 40 euro van rechtswege en zonder ingebrekestelling, vanaf de dag na de vervaldag. Bij een particulier moet je eerst een gratis eerste herinnering sturen en minstens 14 kalenderdagen laten verstrijken.
Mag ik interest en een vergoeding aanrekenen als een klant niet betaalt?
Van een onderneming wel: de referentie-interestvoet vermeerderd met acht procentpunten, afgerond tot het hogere halve procentpunt, en daarbovenop 40 euro. Dat is 10,5% voor het tweede halfjaar van 2026, uitgaande van de rente van de ECB op 1 juli 2026. Van een particulier mag je na de gratis eerste herinnering en 14 dagen alleen begrensde bedragen vragen.
Welke rechtbank is bevoegd voor een factuur die niet betaald wordt?
Tussen twee ondernemingen is de ondernemingsrechtbank bevoegd, ongeacht het bedrag. Tegen een particulier neemt de vrederechter vorderingen tot 5.000 euro voor zijn rekening, volgens rechtbanken-tribunaux.be. Een onbetwiste schuld tussen twee in de KBO ingeschreven partijen kan ook zonder rechter door een gerechtsdeurwaarder worden ingevorderd.
Betaald worden is een recht en een routine, geen ruzie. Volg de stappen kalm in hun volgorde, dan blijf je overzicht houden.
💜💙 Je BravoLisa-team
Dit artikel is uitsluitend informatief en vormt geen fiscaal, juridisch of boekhoudkundig advies. Elke situatie is anders — raadpleeg een erkende professional (een accountant, een belastingadviseur of een advocaat) voor advies op maat van jouw situatie. BravoLisa is niet aansprakelijk voor beslissingen die op basis van deze informatie worden genomen.
Bronnen (8)
- Kamer — DOC 55 1806/010 (wet van 28 april 2022, Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek), art. 5.231, 5.240
- Justel — Gerechtelijk Wetboek, art. 1394/20 tot 1394/24
- Kamer — DOC 55 3132/007 (wet van 4 mei 2023, Boek XIX van het Wetboek van economisch recht), art. XIX.1, XIX.2, XIX.4
- Justel — Wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, art. 2 tot 7
- Your Europe — B2b-betalingsachterstanden: rente, boetes en compensatie
- ECB — Key ECB interest rates
- rechtbanken-tribunaux.be — Ondernemingsrechtbank
- rechtbanken-tribunaux.be — Vredegerecht