12 min lezen

Deeleconomie en verenigingswerk: bijverdienen zonder statuut

Kun je via de deeleconomie of met verenigingswerk bijverdienen zonder statuut van zelfstandige? Ja, licht belast: volgens de fiscus delen beide regelingen één grensbedrag van 7.890 euro bruto voor de inkomsten van 2026, en daaronder betaal je ongeveer 10%. Hieronder staan de regels, ook voor 2025.

Kun je bijverdienen zonder zelfstandige te worden, en bestaat onbelast bijverdienen nog?

Ja, via de deeleconomie, met verenigingswerk of met een extra job als werknemer, maar het onbelast bijverdienen van 2018 bestaat niet meer: de deeleconomie en verenigingswerk zijn belast, al is het licht.

  • De deeleconomie: diensten aan andere particulieren, via een platform dat de FOD Financiën heeft erkend. Hoe je bijverdient in de deeleconomie, lees je in het volgende deel.
  • Verenigingswerk: betaald werk voor een vereniging of een openbare instelling in de sport of de socioculturele sector, met een arbeidsovereenkomst en zonder socialezekerheidsbijdragen. Dat komt daarna.
  • Een extra job als werknemer, zoals een flexi-job. Die staat bij het bijverdienen van thuis uit.

De RSZ noemt op zijn site over verenigingswerk zelf de andere oplossingen: flexi-jobs, vrijwilligerswerk en de deeleconomie. Oefen je buiten die wegen een activiteit regelmatig en met winstoogmerk uit, dan ben je zelfstandige. Een afzonderlijke, occasionele activiteit maakt je dat volgens het RSVZ niet. Wanneer je het statuut toch nodig hebt, staat in het laatste deel.

Het onbelast bijverdienen dat de regering in de Kamer op 26 oktober 2017 aankondigde, tot 500 euro per maand en maximaal 6.000 euro per jaar, bestaat niet meer. Het Grondwettelijk Hof vernietigde de wet van 18 juli 2018 met zijn arrest nr. 53/2020 van 23 april 2020, zoals DOC 55 2094/001 vermeldt. Pagina’s die die regeling nog beschrijven, zijn verouderd.

Het kader voor verenigingswerk uit die wet verviel op 31 december 2020, en een nieuwe wet verving het, volgens datzelfde DOC 55 2094/001. Voor de deeleconomie geldt volgens de FOD Financiën de huidige belastingregeling voor inkomsten die vanaf 1 januari 2021 zijn betaald of ontvangen. Beide regelingen zijn dus belast, al is het licht.

Dit artikel hoort bij de eerste stappen: alle artikels daarover staan onder Aan de slag.

Wat is de deeleconomie, en wanneer val je eronder?

Deeleconomie betekent voor de fiscus: diensten die particulieren onderling verlenen, buiten de uitoefening van een beroepswerkzaamheid, via erkende onlineplatformen. De diensten mogen uitsluitend via een erkend elektronisch platform aan een andere particulier worden verleend. Je sluit de overeenkomst via het platform, en je wordt alleen door of via het platform betaald, zoals de toelichting bij deel 2, aanslagjaar 2026 uitlegt.

De erkenning is die van het platform: de FOD Financiën erkent het, en jij vraagt als particulier zelf niets aan. De erkende platformen van de deeleconomie staan in de lijst die de FOD linkt vanaf zijn pagina over de deeleconomie. Kijk daar of je platform erop staat voor je begint.

Niet onder de deeleconomie vallen:

  • een dienst aan een onderneming, of aan een klant die handelt in het kader van zijn beroepsactiviteit;
  • een dienst die je buiten het platform afspreekt of laat betalen, of via een platform zonder erkenning;
  • de verhuur van een appartement, een kamer of meubels, en onderverhuur: die inkomsten worden in hun eigen vakken belast;
  • diensten die nauw verband houden met je eigen activiteit als zelfstandige, of met die van de vennootschap waarvan je bestuurder bent. Een zelfstandige tuinman die ook via een erkend platform werkt, heeft voor beide activiteiten beroepsinkomsten.

Voor de deeleconomie moet je je niet aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds. Het RSVZ noemt bij wie niet moet aansluiten: “diensten die je buiten het professionele kader tegen betaling verleent via het onlineplatform dat erkend is door de FOD Financiën en waarvan de inkomsten belast worden volgens de bijzondere regels van de deeleconomie”.

Maaltijdkoeriers: op 16 juni 2026 bevestigde de minister van Financiën in de Kamercommissie voor Financiën en Begroting dat de fiscale rulings voor de maaltijdplatformen worden afgeschaft. De fiscale situatie van de platformen en de koeriers moet volgens hem per geval worden beoordeeld, in het licht van de evolutie van de sociale rechtspraak.

Wat is verenigingswerk, en wie mag het doen?

Verenigingswerk is een arbeidsstelsel: een vereniging zonder winstoogmerk of een openbare instelling in de sportsector of de socioculturele sector neemt je in dienst voor tijdelijke activiteiten. Op je loon betaal je geen socialezekerheidsbijdragen, en het belastingtarief is voordelig, zegt de RSZ.

Het is geen vrijwilligerswerk. Volgens de veelgestelde vragen van de RSZ sluit de organisatie met je een arbeidsovereenkomst, en geldt de arbeidswetgeving, ook de wettelijke loonschalen. Verenigingswerk en vrijwilligerswerk bij dezelfde vereniging kunnen samen, maar alleen voor activiteiten van volledig verschillende aard.

De activiteiten staan op een lijst. Voorbeelden die de RSZ geeft:

  • trainers in een sportclub, terreinverzorgers bij een voetbalclub;
  • begeleiders op een speelplein tijdens de schoolvakanties, of op een jongerenkamp;
  • seiners bij een wielerkoers, scheidsrechters, stewards of antidopingbegeleiders bij een sportwedstrijd;
  • leraars in een circusschool, dirigenten;
  • wie meehelpt aan de opbouw, de ticketcontrole of het opruimen op een muziekfestival, voor maximaal 32 uur, gespreid over de dag van het evenement en 3 dagen ervoor of erna.

Muzikanten vallen niet onder verenigingswerk.

Het aantal uren is begrensd, per jaar en per kwartaal:

Periode Sportsector Socioculturele sector
Jaar 450 uur 300 uur
1ste, 2de en 4de kwartaal (elk) 150 uur 100 uur
3de kwartaal 285 uur 190 uur

Doe je activiteiten in beide sectoren, dan geldt voor alles samen een maximum van 450 uur per jaar: 150 uur in het 1ste, 2de en 4de kwartaal, en 285 uur in het 3de. Als student mag je 190 uur verenigingswerk per jaar doen, naast maximaal 650 uur studentenwerk, en ook dan gelden de plafonds per kwartaal, volgens de veelgestelde vragen van de RSZ.

Ga je over één van de limieten, dan worden alle uren die je presteerde bij de werkgever waar je de limiet overschreed, omgezet in gewone arbeidsprestaties. Op dat loon zijn dan socialezekerheidsbijdragen verschuldigd. Ook fiscaal wordt al je loon uit verenigingswerk dan beroepsinkomen (zie het grensbedrag in het volgende deel).

Verenigingswerk kan niet:

  • voor een werkgever aan wie je in het jaar voor de start gebonden was door een arbeidsovereenkomst, een statutaire band of een aannemingsovereenkomst, ook niet via interimarbeid. Werkte je er als student, of ben je intussen met pensioen, dan mag het wel;
  • tegelijk met professioneel werk voor dezelfde organisatie;
  • met een werkloosheidsuitkering: “Waarschijnlijk niet”, antwoordt de RSZ, want loon en werkloosheidsuitkering cumuleren is in principe verboden. Het laatste deel zegt welke weg er dan wel is;
  • met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid, tenzij de adviserend arts van je ziekenfonds akkoord gaat.

De organisatie regelt de aangifte: ze registreert zich als werkgever bij de RSZ en doet voor jou een Dimona in uren. Jij ziet je uren in de onlinedienst Verenigingswerk, en maakt daar een attest aan met de uren die je per sector nog beschikbaar hebt, voor je werkgever.

Hoeveel mag je bijverdienen, hoeveel belasting betaal je, en wat als je het grensbedrag overschrijdt?

Voor de deeleconomie en verenigingswerk samen geldt één grensbedrag op je bruto-inkomsten: 7.700 euro voor de inkomsten van 2025 en 7.890 euro voor de inkomsten van 2026. Onder dat grensbedrag zijn het diverse inkomsten, belast tegen 20% na 50% forfaitaire kosten, dus ongeveer 10% van het brutobedrag. Ga je erover, dan kunnen alle inkomsten beroepsinkomsten worden, belast tegen de gewone tarieven.

Deeleconomie Verenigingswerk
Wie betaalt je een erkend platform een vereniging of openbare instelling, met een arbeidsovereenkomst
Grensbedrag, voor beide samen € 7.700 (inkomsten 2025), € 7.890 (inkomsten 2026) hetzelfde grensbedrag
Belasting 50% forfaitaire kosten, dan 20% 50% forfaitaire kosten, dan 20%
Ingehouden bij de bron ja, bedrijfsvoorheffing door het platform nee, afgerekend bij de jaarlijkse aanslag
Socialezekerheidsbijdragen geen, en geen sociaal verzekeringsfonds geen
Fiscale fiche 281.29 281.27
Maximum aantal uren — 450 of 300 per jaar, plus per kwartaal; 190 voor studenten
Boven de grens alle inkomsten in principe beroepsinkomsten al het loon in principe beroepsinkomsten

Het grensbedrag

De inkomsten uit de deeleconomie mogen volgens de FOD Financiën niet hoger zijn dan 7.700 euro voor de inkomsten van 2025 (aanslagjaar 2026) en 7.890 euro voor de inkomsten van 2026 (aanslagjaar 2027). Dat grensbedrag omvat de som van je inkomsten uit de deeleconomie en uit verenigingswerk. Op de site over verenigingswerk lees je nog 7.460 euro: dat is het bedrag van 2024, geen tegenstrijdigheid.

Het grensbedrag geldt voor het brutobedrag. Bij een platform is dat wat het je betaalde, plus alles wat het inhield, zoals bedrijfsvoorheffing en kosten. Je vindt het op je fiche 281.29, in vak 6, volgens de toelichting bij deel 2, aanslagjaar 2026.

Het grensbedrag wordt elk jaar geïndexeerd. 7.890 euro is het bedrag voor je inkomsten van 2026; voor 2027 maakt de FOD Financiën een nieuw bedrag bekend.

De belasting en je aangifte

Onder het grensbedrag zijn je inkomsten uit de deeleconomie diverse inkomsten. Ze worden eerst verminderd met 50% forfaitaire kosten en daarna belast tegen een afzonderlijk tarief van 20%. In het voorbeeld van de FOD Financiën levert 2.000 euro aan inkomsten uit de deeleconomie 200 euro belasting op. Is het voordeliger om die inkomsten bij je andere belastbare inkomsten te tellen, dan worden ze samen belast.

Voor verenigingswerk geldt volgens DOC 55 2569/001 hetzelfde mechanisme: diverse inkomsten, belast tegen 20% na een forfaitaire kostenaftrek van 50%. De RSZ schrijft dat de belasting 10% bedraagt: dat is dezelfde belasting, gerekend op het brutobedrag, want 20% van de helft is 10% van het geheel.

Hoe de belasting wordt geïnd, verschilt per regeling:

  • Het platform houdt bedrijfsvoorheffing in. Die staat op je fiche 281.29, in vak 7, en wordt in je aangifte verrekend. Je geeft je inkomsten aan in deel 2, vak XV van je belastingaangifte: het brutobedrag van de fiche 281.29 bij code 1460/2460, de bedrijfsvoorheffing bij code 1461/2461. De aftrek van 50% kosten wordt automatisch toegepast, volgens de FOD Financiën.
  • De vereniging houdt niets in. Je betaalt de belasting bij de afrekening aan het eind van het jaar, zegt de RSZ. Je loon staat op een fiche 281.27, en je geeft het brutobedrag aan in vak XV, B, 1, b. Ook hier past de fiscus de forfaitaire kosten automatisch toe, volgens de toelichting bij deel 2.

Boven het grensbedrag

Ga je over het grensbedrag, dan geldt dat niet alleen voor het deel erboven. “Als dit plafond wordt overschreden, kunnen alle inkomsten worden geherkwalificeerd als beroepsinkomsten”, schrijft de FOD Financiën. Je inkomsten uit de deeleconomie zijn dan in principe winst of baten, aan te geven in vak XVII of XVIII, met de bedrijfsvoorheffing in vak XIX. Al je loon uit verenigingswerk wordt dan in principe bezoldiging, in vak IV. Dat laatste geldt ook als je een uurlimiet overschreed en een fiche 281.10 kreeg met “ja” aangekruist in vak 30, volgens de toelichting bij deel 2.

Op beroepsinkomsten zijn volgens de RSZ de gewone belastingtarieven verschuldigd.

Ook vorig jaar telt. Waren je bruto-inkomsten uit de deeleconomie en verenigingswerk samen vorig jaar hoger dan het grensbedrag van dat jaar, dan zijn je inkomsten uit de deeleconomie en verenigingswerk van dit jaar in principe ook beroepsinkomsten. Voor je inkomsten van 2025 was dat het grensbedrag van 2024, 7.460 euro; voor je inkomsten van 2026 is het dat van 2025, 7.700 euro.

Kun je aantonen dat je activiteit niet beroepsmatig is, omdat je ze niet vaak genoeg uitoefent, dan blijven je inkomsten diverse inkomsten. Houd daarom de bewijsstukken bij voor de fiscus.

Bijverdienen van thuis uit: welke weg past bij jou?

Van thuis uit bijverdienen kan langs drie wegen: diensten aan particulieren via een erkend platform, een flexi-job of een eigen activiteit als zelfstandige. Een leuke bijverdienste van thuis uit begint dus met de vraag welke weg de jouwe is, want die weg bepaalt de regels:

  • Diensten aan particulieren via een erkend platform: dan zit je in de deeleconomie, met de voorwaarden en het grensbedrag van hierboven.
  • Een flexi-job, met de voorwaarden hieronder.
  • Je eigen creaties of diensten regelmatig verkopen buiten zo’n platform: dat is een activiteit, en dan heb je het statuut van zelfstandige nodig.

Een flexi-job is, volgens socialsecurity.be, een extra job als werknemer, naast je job of je pensioen, waarmee je op een fiscaal en sociaal voordelige manier kunt bijverdienen, onder voorwaarden. Sinds 1 juli 2026 is flexi-arbeid in principe mogelijk in alle sectoren; een beperkt aantal sectoren of activiteiten blijft uitgesloten. Je betaalt geen werknemersbijdrage op je flexi-loon. Zolang je flexi-inkomsten van een heel jaar onder 18.440 euro blijven (2026), betaal je geen bedrijfsvoorheffing en vermeld je ze niet in je belastingaangifte; verdien je meer, dan betaal je bedrijfsvoorheffing op wat boven 18.440 euro gaat en vermeld je die inkomsten wel. Ben je gepensioneerd, dan geldt dat plafond van 18.440 euro niet. Als werknemer moet je in het derde kwartaal dat aan je flexi-job voorafgaat minstens 4/5 gewerkt hebben bij een of meer andere werkgevers: je gewone job en je flexi-job mogen niet bij dezelfde baas zijn.

Een occasionele dienst aan iemand anders, buiten een beroepsactiviteit en buiten de deeleconomie en verenigingswerk, levert ook diverse inkomsten op. Die geef je aan in vak XV, B, 2 van je aangifte, volgens de toelichting bij deel 2.

Verkoop je regelmatig en met winstoogmerk, dan is het statuut aan de orde. Wanneer precies, staat hieronder.

Wanneer heb je toch het statuut van zelfstandige nodig?

Je hebt het statuut nodig zodra je een activiteit regelmatig en met winstoogmerk uitoefent, niet onder een arbeidsovereenkomst of een ambtenarenstatuut. De bedoeling om winst te maken is genoeg, zegt het RSVZ. Een zelfstandige bijverdienste ontstaat zo in drie gevallen:

  • je activiteit is regelmatig en met winstoogmerk, en loopt niet via een erkend platform of als verenigingswerk;
  • je inkomsten boven het grensbedrag worden beroepsinkomsten, en je activiteit is regelmatig;
  • je dienst ligt in de lijn van je eigen activiteit als zelfstandige.

Oefen je die activiteit uit naast een job voor een werkgever, of naast een vervangingsinkomen voor een weggevallen job als werknemer of ambtenaar, dan ben je zelfstandige in bijberoep, zegt het RSVZ. Dat statuut is vaak lichter dan je vreest: met een netto beroepsinkomen onder 1.922,16 euro betaal je in 2026 geen sociale bijdragen. Je sluit wel aan bij een sociaal verzekeringsfonds voor je start, volgens het RSVZ.

Krijg je een werkloosheidsuitkering, dan is verenigingswerk waarschijnlijk niet voor jou. Met de Springplank naar zelfstandige van de RVA kun je onder voorwaarden in bijberoep starten naast je uitkering.

Word je zelfstandige in bijberoep, dan kun je in BravoLisa, met de formule Free, de kastickets van je aftrekbare kosten bijhouden, pdf-facturen maken voor particulieren en klanten in het buitenland, en de betalingen van je rekeninguittreksel binnenhalen. Een klant die Belgische btw-plichtige is, heeft een gestructureerde e-factuur via Peppol nodig, en die verstuurt BravoLisa niet.

Veelgestelde vragen

Bestaat onbelast bijverdienen nog?

Niet meer zoals onder de wet van 18 juli 2018, die het Grondwettelijk Hof vernietigde met zijn arrest nr. 53/2020 van 23 april 2020. Sinds 2021 zijn inkomsten uit de deeleconomie en uit verenigingswerk belast tegen 20% na 50% forfaitaire kosten. Een uitzondering is de flexi-job: flexi-inkomsten onder 18.440 euro per jaar (2026) blijven zonder bedrijfsvoorheffing en buiten je aangifte.

Hoeveel mag je bijverdienen via de deeleconomie?

Je bruto-inkomsten uit de deeleconomie en verenigingswerk samen mogen niet hoger zijn dan 7.700 euro voor de inkomsten van 2025 en 7.890 euro voor de inkomsten van 2026. Het bedrag wordt elk jaar geïndexeerd. Bruto is wat het platform je betaalde plus alles wat het inhield. Ga je erover, dan kunnen al je inkomsten beroepsinkomsten worden.

Hoeveel belasting betaal je op inkomsten uit de deeleconomie?

Onder het grensbedrag zijn het diverse inkomsten: eerst gaat er 50% forfaitaire kosten af, daarna betaal je 20% op de rest, dus ongeveer 10% van het brutobedrag. Op 2.000 euro is dat 200 euro. Het platform houdt bedrijfsvoorheffing in, vermeld op fiche 281.29, en je geeft het brutobedrag aan in vak XV van je aangifte.

Hoeveel uur mag je verenigingswerk doen?

In de sport 450 uur per jaar, in de socioculturele sector 300 uur. Per kwartaal is dat 150 of 100 uur, en in het derde kwartaal 285 of 190 uur. Doe je beide, dan geldt samen 450 uur per jaar. Studenten mogen 190 uur per jaar. Over een limiet worden alle uren bij die werkgever gewoon werk.

Wanneer moet je zelfstandige in bijberoep worden?

Zodra je naast je job een activiteit regelmatig en met winstoogmerk uitoefent buiten de deeleconomie en verenigingswerk, of je inkomsten boven het grensbedrag beroepsinkomsten worden en je activiteit regelmatig is. Dat is de toets van het RSVZ. In 2026 betaal je in bijberoep geen sociale bijdragen onder 1.922,16 euro netto beroepsinkomen.

Een extraatje naast je job hoort een plezier te blijven. Weet je langs welke weg je verdient en waar de grens ligt, dan brengt de afrekening van de belastingen geen verrassing.
💜💙 Je BravoLisa-team

Dit artikel is uitsluitend informatief en vormt geen fiscaal, juridisch of boekhoudkundig advies. Elke situatie is anders — raadpleeg een erkende professional (een accountant, een belastingadviseur of een advocaat) voor advies op maat van jouw situatie. BravoLisa is niet aansprakelijk voor beslissingen die op basis van deze informatie worden genomen.

Bronnen (16)

  1. FOD Financiën — Deeleconomie
  2. FOD Financiën — Toelichting bij deel 2 van de aangifte in de personenbelasting, aanslagjaar 2026
  3. RSZ — Verenigingswerk
  4. RSZ — Wat is verenigingswerk?
  5. RSZ — Verenigingswerk: veelgestelde vragen
  6. RSVZ — Wie is zelfstandige?
  7. RSVZ — Aansluiten bij een socialeverzekeringsfonds
  8. RSVZ — Zelfstandige in bijberoep
  9. FOD Sociale Zekerheid — Sociale bijdragen 2026
  10. De Kamer — Plenaire vergadering van 26 oktober 2017, CRIV 54 (vraag van Wouter Raskin)
  11. De Kamer — Wetsontwerp, DOC 55 2094/001 (memorie van toelichting)
  12. De Kamer — Wetsontwerp, DOC 55 2569/001 (memorie van toelichting)
  13. De Kamer — Tekst aangenomen door de commissie, DOC 55 2569/004
  14. De Kamer — Commissie voor Financiën en Begroting, 16 juni 2026, CRIV 56 COM 390
  15. Sociale zekerheid — Werken als flexi-jobber
  16. RVA — Springplank naar zelfstandige (infoblad T158)

Lees ook

BravoLisa

Alles op orde vanaf je eerste factuur

Word je zelfstandige, in hoofdberoep of in bijberoep, dan tellen je kosten vanaf de eerste dag. BravoLisa houdt je uitgaven, facturen en betalingen bij, elk met zijn stavingsstuk, gratis.

Free

Gratis

Alles wat je nodig hebt om je cijfers op orde te houden, in één app.

  • Facturen als pdf, voor particulieren en klanten in het buitenland
  • Betalingen uit je rekeninguittreksel
  • Kastickets en inkomende facturen gelezen door Lisa
  • Geen kredietkaart nodig
Begin gratis
Chatten met een mens (opent in een nieuw tabblad)